April in de serre en platte bak

Grote delen van het avondeten komen deze maand al uit de serre, sla, rucola, spinazie, bloemkolen, peultjes, bietjes, wortels, …. en zoveel kruiden dat elk gerecht op smaak kan gebracht worden. Wat een verschil tegenover de moestuin, daar is –zeker in het begin van de maand- alles nog overwegend bruin, hier swingt het groen de pan in.

 

Zet op zonnige dagen de deur en wat ramen open zodat de wind door je plantgoed kan, dit zorgt er voor dat de plantjes opdrogen en er minder kans op schimmel is, de zaailingen worden er ook weerbaarder door omdat ze zich moeten sterken om overeind te blijven. Maar ook ’s avonds en ’s nachts is het niet altijd peis en vree voor de jonge plantjes, slakken weten hun weg nl. ook te vinden naar de jonge sappige blaadjes en ik ben ’s morgens al geregeld uitgekomen bij zaaibakjes vol stoppels. Ik vind wel dat er in dat geval effe mag gehuild worden.

Goed overal onder en tussen controleren en ’s avonds eens passeren met een zaklamp om de gluiperds op heterdaad te betrappen is het beste wat je kan ondernemen. Hou ook de bloemkolen goed in de gaten, slakken wonen er graag en rupsen gebruiken de mooie witte kool niet zelden om er iets achter te laten.

 

Alles groeit deze maand vlot in de serre, je zal dus nog geregeld groenten moeten verspenen en verpotten. Hou de groenten die je in zaaibakjes hebt gezaaid hebt in de gaten, verspeen ze zodra de eerste echte blaadjes (na de kiemblaadjes) verschijnen en verpot ze vanaf dan telkens wanneer de worteltjes aan de onderkant van de potjes zichtbaar zijn. Zeker de aubergines, bloemkolen, broccoli, tomaten, knol-, bleek- en groene selder, paprika en peper zal je minstens een keer moeten verpotten omdat ze een hele poos in hun potjes doorbrengen.

 

Heb je veel plaats in je serre dan kan je nu nog altijd vanalles zaaien en planten in volle grond. Heb je daarentegen juist plaats genoeg voor al je tomaten, komkommers en paprika’s dan zit het zaaien er zo ongeveer tot het najaar op.

 

Je kan nog wel altijd zaaien onder de platte bak, die zijn zeker de moeite van het aanschaffen waard omdat je veel minder beperkt bent in ruimte. In plaats van een of meerdere platte bakkenop een vaste plaats te zetten heb ik er verplaatsbare. In het voorjaar staan ze over de spinazie, erwten, wortelen en andere vroege teelten en in de zomer op het bed van de meloenen en komkommers. Praktischer dan een serre met momenten.

Let wel op de verluchting onder de platte bak, het wordt al snel erg warm onder zo’n plastieken afdakje. Zet op warme dagen de ramen open zodat het niet te warm worden en alles goed kan opdrogen. En vergeet ’s avonds niet weer alles te sluiten.

 

Let er op dat je plantgoed niet uitdroogt, gebruik een gieter met een fijne broes om dagelijks je zaailingen te gieten en zet hem een tijdje op voorhand al in de serre zodat het water kan opwarmen.

 

Verstuif geregeld gesteentemeel in de serre, dit is een goede/biologische voorzorgsmaatregel tegen schimmels en het werkt versterkend. Verstuif net voor je weggaat zodat je niet teveel van het rondvliegende stof binnenkrijgt.

 

 

Ÿ In de serre en platte bak zaaien in april

Voorzaaien in potjes en trays: Andijvie, artisjokken, basilicum, bloemkool, boontjes, Chinese kool, courgette, herfstprei, kardoen, kolen, (knol)selderij, komkommer, koolrabi, mais, peterselie, sla, spinazie en zomerpostelein.

Volle grond: Basilicum, bloemkool en boontjes.

Bloemen: Afrikaantjes, cosmos, goudsbloem, kamille, korenbloem, leeuwenbek, Oost-Indische kers, pronkerwt, viooltjes, zonnebloem en Zinnia.

 

Boontjes: Binnen een dikke twee maand ga je je dagelijks afvragen wat je nu nog kan verzinnen met boontjes wat al geen drie keer de revue is gepasseerd. Wil je je al eerder overgeven aan de overdaad dan kan je nu boontjes zaaien in de serregrond.

Je kan ook voor de tussenweg gaan, boontjes in potjes zaaien om midden volgende maand buiten uit te planten. Kies voldoende grote potjes zodat je de boontjes diep genoeg in de grond kan stoppen.

 

Chinese kool: Alle oriëntaalse koolsoorten (paksoi, amsoi, tatsoi, …) schieten snel door als ze te koud worden gezaaid. Daarom zaai je vanaf nu tot helemaal in het midden van juli nog in potjes in de serre. Een maand later mogen de plantjes al naar buiten.

 

Kardoen: Kardoen is het minder gekende neefje van de artisjok. Artisjokken zet je voor de bloemknoppen, kardoen voor de bladribben. Die eet je trouwens niet zomaar, dat zou veel te simpel zijn. Je moet ze eerst bleken, dat doe je door er in augustus een rieten matje of jutten zak rond te wikkelen. Na een aantal weken in duisternis zijn de bladstelen gebleekt en daardoor zachter van smaak. Iets minder omslachtig is het om enkel de binnenste bladstelen te eten, die zijn –zonder gebleek- van zichzelf al minder bitter. De teelt van kardoen verloopt op dezelfde manier als die van artisjok, omdat je niet moet wachten op de bloemknoppen kan je wel wat later zaaien.

 

Mais: Om een gespreide maisooogst te hebben kan je nu al een deel voorzaaien in potjes in de serre. Vanaf begin volgende maand zaai je ook buiten.

 

 

Ÿ Planten in de serre

Potten: Dahlia, yacon, zoete aardappel

Volle grond: Aardbeien, andijvie, aubergines, basilicum, pepers, paprika’s en tomaten.

 

Aubergines, pepers, paprika’s en tomaten: Wanneer de weersverwachtingen er niet te slecht uitzien mogen eind april alle planten naar de serre verhuizen. Wordt er nog vorst verwacht dan hou je de planten beter nog wat binnen.

De planten die in de serre blijven mag je meteen uitplanten, maar de plantjes voor buiten blijf je nog verpotten tot eind mei of later.

Hou de volgende plantafstanden aan, zet aubergine, paprika’s en pepers in alle richtingen 60 cm uit elkaar. De tomaten mogen op 50 cm van elkaar in de rij en hou 70-80 cm aan tussen de rijen. Dit komt meestal neer op één rij tomatenplanten per serreraam.

De laatste jaren zet ik mijn tomatenplanten wat verder uit elkaar en laat ik een dief uitgroeien tot extra stengel. Twee voor de prijs van één. Wil je vooral veel variëteiten kweken dan is dit natuurlijk minder interessant.

 

Basilicum: Waarschijnlijk heb je je al vaak afgevraagd hebt hoe je supermarktbasilicum in leven kan houden, wel, dat is eigenlijk vrij simpel. Koop nu één potje, bij voorkeur zo eentje met drie verschillende soorten. Knip net zoveel takjes tegen de grond af als je plantjes wil. Pluk alle blaadjes tot je enkel nog bovenaan een bladrozetje overhoudt en stop de takjes diep in potjes met vochtige potgrond. De wondjes van de afgescheurde blaadjes moeten allemaal onder de grond zitten, hieruit komen de nieuwe worteltjes zodat de plant al snel stevig geworteld is. Druk de aarde zacht aan en zet de potjes in een schaal waar je elke dag wat water in giet. Elk takje wordt een volwassen plant van zo’n 30 cm doorsnede. Volgende maand mag je een plekje zoeken in de volle grond van de serre of buiten. Basilicum die buiten groeit is veel krachtiger van smaak.

 

Dahlias: Dahliassen horen thuis in de moestuin gelijk parmezaan op pasta, het is niet per se broodnodig, maar het maakt het allemaal wel wat meer af. De knollen (die je trouwens kan eten!) zijn vorstgevoelig en mogen daarom pas na de ijsheiligen naar buiten. Als je de planten nu al stilletjes wakker maakt heb je veel sneller bloemen. Plant halverwege deze maand de knollen in grote potten met vochtige potgrond die je in de serre zet. Na twee weken zullen de eerste blaadjes verschijnen. Midden mei mogen de planten buiten uitgeplant worden.

Geschreven door: Mme Zsazsa